Gokverslaving

Gokken is voor veel mensen een leuke vorm van ontspanning of vrije tijdsbesteding. Voor de meeste mensen blijft het daarbij. Maar gokken kan verslavend zijn, net zoals alcohol en andere drugs. Beide verslavingen worden gekenmerkt door vergelijkbare hersenfunctiestoornissen.

Spanning

Je komt door het gokken ook in een soort roes. Dit komt omdat het gokken vaak erg spannend is. De kans op winnen maakt gokken spannend, soms zó spannend dat je alles om je heen vergeet. Je gaat er helemaal in op. Je wordt als het ware één met het spel. De spanning bouwt zich telkens snel op en snel af. Je wordt hierdoor in verleiding gebracht om steeds opnieuw de gok te wagen. Dan kan gokken verslavend werken.

Beloning

De voortdurende spanning bij gokken gaat samen met allerlei lichamelijke processen en veranderingen in de hersenen. Bij deze constante spanning van het winnen of verliezen worden er in de hersenen namelijk in grote hoeveelheden bepaalde stoffen aangemaakt: endorfine en adrenaline. Hierdoor gaat iemand zich prettig voelen en ervaart degene een “kick”. De spanning, en de kick wanneer men wint, zorgen er daarnaast voor dat het ‘beloningscentrum’ in de hersenen op een directe of indirecte manier geprikkeld wordt en er nog een andere stof vrijkomt: dopamine. Hoe meer iemand gokt, hoe meer degene het gevoel heeft dat hij/zij beloond wordt.

Hoe raak je verslaafd?

Je raakt niet van het ene op het andere moment verslaafd aan gokken. In de volgende gevallen moet je alert zijn:

Controleverlies

Je verliest de controle over je speelgedrag. Je speelt steeds langer en vaker. Je legt jezelf grenzen op, maar je houdt je er niet aan. Je legt je grenzen steeds een stukje verder. Je zet steeds meer geld in. Je speelt tóch nog even door. Of je leent geld om te kunnen spelen. Want je wilt je geld terugwinnen. Je denkt: ik betaal het wel terug als ik een keertje goed win. Zo raak je steeds meer in de ban van gokken. Je besteedt steeds minder tijd aan werk, studie of vrienden. Je beseft de waarde van geld ook niet meer goed. Je speelt met credits of fiches, maar denkt niet aan de waarde hiervan. Je bedenkt niet meer dat je met geld speelt.

Wil je weten hoe het er voor staat met je eigen gok gedrag? Doe de zelftest.

Ontwenning

Gok je vaak? Dan stelt het lichaam zich in op het verwerken van de stof endorfine. Van endorfine kan het lichaam afhankelijk worden. Als er niet gegokt wordt maakt het lichaam deze stof minder aan. Het gemis van deze stof maakt dat iemand zich onprettig voelt en weer zin krijgt in gokken. Dit gevoel kan ook ontstaan door prikkels die doen denken aan gokken. Zoals bepaalde geluidjes, het gerinkel van geld, het flikkeren van lichtjes, een bepaalde plek, situatie, een gevoel of een geur. Je krijgt dan zin om te gokken. Bij een verslaving kun je die zin niet meer weerstaan. Je móet gokken. Als je niet toegeeft aan de behoefte om te gaan gokken of stopt met spelen voel je je onrustig en slecht. Je kunt last krijgen van gespannenheid, irritatie, slecht slapen of somberheid.

Wanneer spreken we van een gokstoornis?

De DSM-V is een bekend handboek over psychiatrische ziekten. Gokken staat ook in dit boek. Niet als gokverslaving, maar als gokstoornis. De DSM-V ziet gokken dus als een gedragsstoornis. Voldoe je in één jaar tijd aan vier van de negen criteria? Dan heb je volgens de DSM-V een gokstoornis.

  1. Je moet met steeds meer geld gokken om een kick te krijgen. 
  2. Je bent geïrriteerd of onrustig als je minder gokt of stopt. 
  3. Je probeert soms minder te gokken of te stoppen, maar dat lukt niet.
  4. Je denkt bijna de hele dag door aan gokken. Of aan manieren om aan geld te komen. 
  5. Je gokt als je je vervelend voelt. Bijvoorbeeld als je je angstig, depressief of schuldig voelt. 
  6. Je gokt om verloren geld weer terug te winnen.
  7. Je liegt over het aantal uren dat je gokt. Of over de hoogte van het geld dat je verspeelt. 
  8. Je zet je relatie, werk of school op het spel om te kunnen gokken. 
  9. Je vertrouwt op anderen om je aan geld te helpen. Of je gokschulden af te betalen.