Tips voor een goed gesprek

Deze acht gesprekstips helpen je op weg:

1. Open het gesprek

Open het gesprek zelf. Zeg dat je het lastig vindt om het onderwerp aan te kaarten. Maar dat je je zorgen maakt over het gokken. Het geeft niet als je nerveus bent. Je kunt het gesprek ook samen met iemand voeren. Neem liever niet een heel gezelschap mee. Daardoor kan je gesprekspartner zich bedreigd voelen.

2. Bespreek de voor- en nadelen

Vraag in het begin van het gesprek naar de voordelen. Dat haalt de spanning uit het gesprek. Er komt dan vanzelf ruimte om over de nadelen te praten. Vraag bijvoorbeeld: Kun je vertellen wat je prettig vindt aan gokken? Want je moet het wel prettig vinden, anders zou je niet gokken, toch? Op deze manier begint het gesprek positief. Je gesprekspartner voelt zich niet aangevallen. Maar je geeft hem wel stof tot nadenken. Is het gesprek op gang? Dan kun je vragen naar de nadelen. Vraag bijvoorbeeld: Oké, ik snap dat je gokken prettig vindt. Maar heeft het ook vervelende kanten voor je? Zo geef je iemand de kans om zich uit te spreken.

3. Toon begrip voor de situatie

Probeer open over het gokken te praten. Voer het gesprek door veel vragen te stellen. Kom niet met meningen en verwijten. Maar spreek uit dat je bezorgd bent en toon begrip. Zo zorg je dat iemand zelf gaat nadenken. En dat hij naar zichzelf gaat kijken. Verwijten werken averechts. De sfeer wordt ruzieachtig. Je gesprekspartner voelt zich aangevallen en nog schuldiger. Wat zal hij aan deze gevoelens doen, denk je? Juist, hij gaat gokken.

4. Geef eens een compliment

Denkt je gesprekspartner slecht over zichzelf? Dan vindt hij het ook niet de moeite waard om te veranderen. Geef daarom zo nu en dan een compliment. Dan gaat hij beter over zichzelf denken.

5. Bespreek verschil tussen matig en veel gokken

Bespreek wanneer iemand te vaak en te veel gokt. En vraag hoe je gesprekspartner dat voor zichzelf ziet. Vraag hem ook om eens bij te houden hoeveel hij gokt. Gokkers onderschatten hun eigen gokgedrag vaak.

6. Bespreek de invloed die het op jou heeft

Je gesprekspartner moet weten dat zijn gokgedrag gevolgen heeft voor andere mensen. Maak duidelijk welke dingen jij vervelend vindt. Praat vanuit jezelf en begin je zinnen met ‘ik’. Zeg niet: 'Je zat de hele avond achter de computer.' Maar zeg: 'Ik had graag wat tijd samen willen doorbrengen.' Op deze manier spreek je je gevoel uit. Bespreek ook wat je mist. Wat deden jullie vroeger wel, maar nu niet meer? Hoe voelt dat? Geef ook duidelijk je grenzen aan.

7. Maak afspraken over het gokken

Probeer afspraken te maken over het gokken en over geld. Spreek bijvoorbeeld af hoeveel uur er maximaal aan gokken besteed wordt. Kijk na die maand wat er van de afspraken terecht is gekomen. Bedenk voor elke afspraak samen een consequentie.

8. Maak professionele hulp bespreekbaar

Zoek van tevoren uit welke soorten hulp er zijn. Hebben jullie een goed gesprek gehad? Ziet je gesprekspartner dat hij een probleem heeft met gokken? Dan kun je vragen of hij weleens aan hulp heeft gedacht. Verwacht niet dat hij meteen hulp zoekt. De meeste mensen hebben tijd nodig. Kom er op een later moment op terug.