Achtergrond motiverende gespreksvoering

Eerste fase
In de eerste fase staat het ontwikkelen van motivatie om te veranderen centraal. Er wordt in deze fase vooral aandacht besteed aan de ambivalentie van een cliënt. Deze wil aan de ene kant wel veranderen, maar tegelijkertijd ook weer niet omdat hij/zij wil vasthouden aan het bekende en vertrouwde gedrag. Het verkennen van deze ambivalentie gebeurt door het uitlokken van taal bij de cliënt/patiënt die gericht is op verandering. Deze ‘verandertaal’ is bijvoorbeeld uit te lokken door de cliënt de redenen om te willen veranderen zelf uit te laten uitspreken. Hierna volgt de beslisfase, waarin de cliënt besluit: “ja, ik wil hulp”. Als de motivatie voldoende aanwezig is, kan er worden overgegaan naar de tweede fase.

Tweede fase
In de tweede fase wordt samen gekeken welke stappen nu te zetten en met welke partij. Voor de professional is het belangrijk om informatie te geven over de verschillende (behandel)mogelijkheden. Kijk samen met de cliënt welke mogelijkheden bij hem passen en welke vorm van hulp wenselijk is. De fase richt zich vervolgens op het ontwikkelen van een plan om de verandering daadwerkelijk te realiseren. Door het stellen van vragen wordt de cliënt gestimuleerd om na te denken over de eigen wensen en zelfcontrolemaatregelen. De samenwerkingsaard van de relatie tussen hulpverlener en cliënt is hierin erg belangrijk.1

Centrale begrippen motiverende gespreksvoering

In de methode van motiverende gespreksvoering zijn weerstand en verandertaal twee centrale begrippen.

Weerstand ontstaat vaak in de interactie tussen hulpverlener en de cliënt. Het benadrukken van de negatieve kanten van het “verkeerde” gedrag roept over het algemeen juist weerstand op. Wanneer er bijvoorbeeld te snel gesproken wordt over ‘een probleem’, ‘een verslaving’ of over ‘volledig stoppen’. Er ontstaat dan een verdedigende reactie. Bijvoorbeeld ‘dat het allemaal wel meevalt’. Hoe meer een hulpverlener op de nadelen van het huidig gedrag en op de voordelen voor verandering gaat pushen, des te meer weerstand de cliënt zal laten zien om te veranderen.

Tegenover weerstand staat verandertaal. Het is de taal die, als hij uitgesproken wordt door de cliënt zijn of haar motivatie voor verandering versterkt.

Bij motiverende gespreksvoering gaat het er om de weerstandstaal te verminderen en deze verandertaal juist te versterken. Op die manier wordt de motivatie voor verandering vergroot en bekrachtigd.1

Do’s en Don’ts

Do’s

  • Houdt er als hulpverlener rekening mee dat een veranderingsproces in verschillende fasen verloopt. Het is belangrijk om niet op de cliënt vooruit te lopen maar aan te sluiten bij de fase waar hij op dat moment in zit. Als iemand nog in de overwegingsfase zit, dan is het denken in oplossingen nog te vroeg. Als iemand al in de beslissingsfase zit, en voor zichzelf heeft besloten dat er iets moet veranderen, dan kan deze stap wel worden gemaakt.
  • In de motiverende gespreksvoering wordt de motivatie van de cliënt in drie onderdelen behandeld: hoe groot het belang is dat de cliënt hecht aan verandering, hoe groot de mate van vertrouwen is dat die cliënt heeft dat hij/zij kan veranderen en ten slotte de bereidheid van de cliënt om op dit moment al te gaan werken aan deze verandering.
  • Hoe sterker iemand zelf de wens voor gedragsverandering uitspreekt, hoe groter de uiteindelijke gedragsverandering.
  • Omdat het plan voor de verandering wordt gebaseerd op de eigen wensen en plannen van de cliënt, wordt zijn/haar betrokkenheid vergroot. 
  • Het is belangrijk voor hulpverleners om aandacht te hebben voor de persoonlijke waarden van hun cliënten, dit versterkt de motivatie voor gedragsverandering. Het belang dat mensen aan deze persoonlijke waarden hechten is namelijk bepalend voor hun gedrag. 
  • Om een verandering te kunnen bewerkstelligen is een cliëntgerichte interpersoonlijke relatie nodig waarbij empathie en ondersteuning bij de hulpverlener centraal staan. 

Don’ts

  • Vermijdt een autoritaire of competitieve houding. Probeer geen dingen op de leggen maar juist samen te werken.
  • Dring niet te sterk aan op de gewenste gedragsverandering. Cliënten schieten hierdoor in de verdediging waardoor dit juist averechts werkt: het behouden van het huidige gedragspatroon.
  • Directieve of confronterende manieren van gesprekvoering, waarbij negatief gedrag wordt benadrukt, roepen vaak weerstand op. Terwijl reflectieve en meer ondersteunende manieren van gespreksvoering de motivatie voor verandering verhogen en deze weerstand juist doen verminderen.1

Bron

1. Brink, C. (2010). Methodebeschrijving Motiverende gespreksvoering. Databank sociale interventies. Movisie