Aantal hulpzoekers

Het aantal hulpvragen met primaire kansspelverslaving daalt sinds 2011. In 2014 bedroeg het aantal hulpzoekende kansspelverslaafden 2.266 (IVZ Kerncijfers 2014). Ongeveer 73 % van de hulpzoekers wordt uitsluitend behandeld voor kansspelverslaving, de resterende 27 % heeft een meervoudig verslavingsprobleem. Belangrijkste hiervan zijn alcohol- (8%) en cannabis- (5%) en cocaïneverslaving (2%) (IVZ, 2015).

Gokken als nevenproblematiek

Behalve de 2.266 mensen met een kansspelverslaving binnen de verslavingszorg, zijn er nog eens 1.004 personen die gokken als nevenproblematiek hebben. Dat houdt in dat mensen voor iets anders in behandeling zijn, maar daarnaast ook problematisch gokken. Gokken als nevenproblematiek komt het meest voor samen met alcohol, cannabis en cocaïne (IVZ, 2015). De afgelopen jaren blijft het hoge aandeel mannen (ruim 85%) ongeveer gelijk. De meeste hulpzoekers zijn tussen de 25 en 39 jaar. Zij hebben vooral problemen met fruitautomaten en spelen online, in amusementshallen of casino’s (KSA, 2015).

Anonieme zorg

Anonieme zorg (zoals www.gokkendebaas.nl en www.zelfhulpgokken.nl) wordt niet geregistreerd in de cijfers van reguliere verslavingszorg. Deze groep hulpzoekers wordt dus niet meegenomen.

Behandelkloof

Het aantal hulpzoekers is slechts een klein deel van het totaal aantal probleemspelers, geschat met bevolkingsenquêtes. Zo waren er in 2011 bijvoorbeeld 2.545 hulpzoekers, terwijl Intraval (2011) uitkwam op ruim 20.300 probleemspelers. Er is dus sprake van een grote behandelkloof. Een reden hiervoor kan zijn dat probleemspelers over het algemeen pas in een laat stadium hulp vragen. Pas als er hoge schulden zijn ontstaan is het voor spelers en hun omgeving duidelijk dat er iets moet gebeuren. De meeste problematisch gokkers zoeken pas hulp bij de verslavingszorg onder druk van familie, huisarts of financiële instellingen (CV0, 2015).